Diensten

van het gemeentebestuur Konz

Vergoeding voor jachtschade en wildschade

  • servicebeschrijving

    Voor vergoeding in aanmerking komende wildschade is schade aan land- en bosgrond en planten veroorzaakt door hoefwild, wilde konijnen en fazanten, ook als deze van de grond zijn gescheiden maar nog niet zijn geoogst.

    Wildschade veroorzaakt aan speciale gewassen wordt niet vergoed als de gebruikelijke beschermingsmiddelen, die onder normale omstandigheden voldoende zijn om de schade af te wenden, niet zijn aangebracht. Belangrijkste houtsoorten en buitenbeplanting van tuinbouw- of hoogwaardige commerciële gewassen worden als speciale gewassen beschouwd.

    Gaashekken worden beschouwd als de gebruikelijke beschermingsmiddelen, die onder normale omstandigheden voldoende zijn om schade door wild te voorkomen:

    • tegen rood, braak en moeflon met een hoogte van minimaal 1,80 m,
    • tegen reeën met een hoogte van minimaal 1,50 m,
    • tegen wilde zwijnen met een hoogte van ten minste 1,50 m, die zodanig aan grondpennen zijn bevestigd dat het voor wilde zwijnen onmogelijk is deze op te tillen,
    • tegen wilde konijnen met een hoogte van minimaal 1,30 m boven de grond, minimaal 20 cm in de grond begraven en een maaswijdte van maximaal 40 mm.

    In jachtgebieden waar wilde zwijnen voorkomen, moet de gaasafrastering tegen rood, dam, moeflon en ree altijd worden vastgezet om te voorkomen dat wilde zwijnen omhoog komen.

    Schade door wild aan gebieden waar de jacht is gestaakt of niet mag worden uitgevoerd, wordt niet vergoed.

    Jachtschade is schade als gevolg van onjuist jagen. De persoon die bevoegd is om te jagen is jegens de eigenaar of persoon die bevoegd is om een stuk land te gebruiken aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van oneigenlijk jagen; zij is ook aansprakelijk voor jachtschade veroorzaakt door een van haar jachtopzieners of een van haar jachtgasten.

  • Met welke deadlines moet ik rekening houden?

    Het recht op vergoeding van wild- en jachtschade vervalt indien de benadeelde de schade niet binnen een week nadat hij met de schade kennis heeft gekregen of de nodige zorgvuldigheid heeft betracht, bij het bevoegd gezag meldt.

    In het geval van schade aan eigendommen die voor bosbouwdoeleinden worden gebruikt, volstaat het twee keer per jaar, vóór 1 mei of 1 oktober, te melden bij het bevoegd gezag.

    Uiterlijk binnen een week na melding van schade veroorzaakt door wild of jacht moet de benadeelde melden dat een minnelijke schikking tussen hem en de schadeplichtige niet mogelijk was, alsmede informatie over de hoogte van de schade. Bij tijdige melding van schade door wild of jagen zal het bestuur van de verantwoordelijke gemeente onverwijld een afspraak maken op de plaats van de schade om een minnelijke schikking tot stand te brengen, met oproeping van de betrokken partijen en een aangestelde wildschade-expert.

    Indien tijdens de afspraak op de plaats van de schade een minnelijke schikking wordt bereikt, moet dit in een akte worden vastgelegd, waarin met name de aard van de schade, het bedrag en het tijdstip van vergoeding alsmede de verdeling van de kosten van de schade zijn vermeld. voorprocedures. Het moet worden ondertekend door de betrokken partijen.

    Indien geen minnelijke schikking kan worden bereikt, stelt de schadeschatter voor dieren in het wild de ontstane schade vast op basis van de schriftelijke voorlopige beslissing van de administratie.

    Een mededeling: Het overgrote deel van alle wild- en jachtschade wordt rechtstreeks tussen de benadeelde en de schadevergoedingsplichtige (meestal de jachthuurder) afgehandeld, zodat er geen officiële jachtschadeprocedure wordt gestart.

  • legale basis

  • Ondersteunende instellingen


Relevante afdelingen

Verantwoordelijke medewerkers