Algemene informatie
Terugkerende bijdrage wegverbetering openbaar vervoervoorzieningen (WKB)
De terugkerende kosten voor straatverbetering (WKB) worden geheven voor de vernieuwing, uitbreiding, verbetering en/of reconstructie van openbaarvervoersinfrastructuur. WKB-kosten zijn niet verschuldigd voor louter reparatie- en onderhoudsmaatregelen, maar alleen voor transportinfrastructuur die al voor het eerst is aangelegd. Indien transportinfrastructuur voor het eerst wordt aangelegd, bijvoorbeeld in een nieuwbouwgebied, worden de ontwikkelingskosten geheven volgens de bepalingen van de Federale Bouwverordening, in plaats van de terugkerende kosten.
Op deze pagina vindt u veelgestelde vragen en de antwoorden daarop over terugkerende ontwikkelingsbijdragen.
Waarvoor worden de WKB-tarieven gebruikt?
Ontwikkelingsbijdragen worden alleen geheven voor de vernieuwing, uitbreiding, verbetering en/of reconstructie van reeds voor het eerst voltooide openbaarvervoersvoorzieningen. De gemeente draagt uitsluitend de kosten van louter reparatie- en onderhoudsmaatregelen. Indien een openbaarvervoersvoorziening voor het eerst wordt aangelegd (bijvoorbeeld in een nieuwbouwgebied), worden ontwikkelingsbijdragen geheven volgens de bepalingen van de Federale Bouwverordening, in plaats van periodieke bijdragen, voor gedeeltelijke herfinanciering.
Hoe worden terugkerende kosten geïnd?
Voor de WKB VA (Water- en Afvalwaterheffing voor Stedelijke Ontwikkeling) vormt nieuw aangelegde en geplande transportinfrastructuur het heffingsgebied, de zogenaamde factureringseenheid, als één publieke voorziening. In tegenstelling tot het systeem van eenmalige bijdragen wordt de WKB VA niet alleen geheven van de eigenaren van onroerend goed die direct grenzen aan de transportinfrastructuur die door het betreffende uitbreidingsproject wordt beïnvloed, maar van alle eigenaren van onroerend goed binnen de factureringseenheid. Hierdoor wordt de heffing over een aanzienlijk groter aantal heffingsplichtige onroerende goederen verdeeld.
Voor welke panden geldt de Wet bijdrage water en afvalwater (WKB)?
Alle objecten binnen de facturatie-eenheid die bruikbaar zijn in een gebouw of op een vergelijkbare wijze en die de wettelijke en feitelijke mogelijkheid hebben om toegang te krijgen tot een vervoersvoorziening die zich binnen de facturatie-eenheid bevindt, zijn onderworpen aan de bijdrageplicht. De objecten die onderworpen zijn aan de bijdrage vormen een gemeenschap van gedeelde verantwoordelijkheid voor de facturering van terugkerende bijdragen voor openbaarvervoersvoorzieningen. Objecten waarvoor in het verleden reeds een ontwikkelingsbijdrage of een eenmalige verbeteringsbijdrage is ontstaan, zijn vrijgesteld, mits aan de wettelijke vereisten is voldaan.
WKB bedrag?
De hoogte van de ontwikkelingsbijdrage is, naast de omvang van het vastgoed en de ontwikkelingsmogelijkheden, ook afhankelijk van de daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in het betreffende jaar. De bijdrage is dus niet jaarlijks vast. In jaren waarin fors wordt geïnvesteerd in de uitbreiding van de openbaarvervoersinfrastructuur, is de ontwikkelingsbijdrage navenant hoog. Over jaren waarin geen uitbreidingskosten worden gemaakt, hoeft geen ontwikkelingsbijdrage te worden betaald.
Hoe wordt de terugkerende bijdrage berekend/bepaald?
De kosten van het ontwikkelingsproject worden eerst beoordeeld op hun recht op bijdragen. De belastbare kosten worden vervolgens afgetrokken van het aandeel van de gemeente in de belastbare uitgaven. Dit bedrag wordt gedeeld door de gewogen oppervlakte van alle belastbare objecten binnen een factureringsdistrict (totale verspreidingsoppervlakte). Deze berekening levert het bijdragepercentage per vierkante meter belastbaar object op. Om het bijdragebedrag voor elk afzonderlijk object te bepalen, wordt het bijdragepercentage vermenigvuldigd met de gewogen oppervlakte van het belastbare object om het individuele bijdragebedrag te verkrijgen.
Bijdrageschaal
De basis voor het bepalen van de WKB is de grondoppervlakte met toeslagen voor hele verdiepingen en toeslagen voor commercieel, industrieel of soortgelijk gebruik.
Landoppervlak
De berekening van de exploitatielasten is doorgaans gebaseerd op de oppervlakte van het perceel zoals geregistreerd in het kadaster. In gebieden met een exploitatieplan wordt doorgaans de gehele oppervlakte van het perceel als basis gebruikt voor de berekening van de last. In gebieden zonder exploitatieplan geldt echter een dieptebeperking voor percelen met een te grote diepte. Dit betekent dat deze percelen over het algemeen alleen belastbaar zijn tot een diepte van 35 meter. Uitzonderingen hierop zijn percelen die bebouwd zijn met een diepte die verder reikt dan 35 meter. In dat geval wordt de dieptebeperking uitgebreid.
Toeslag voor het volledige verhaal
De bouwhoogtetoeslag wordt berekend op basis van de totale perceeloppervlakte en heeft geen betrekking op de woonoppervlakte van de gebouwen. Indien een perceel binnen het bestemmingsplangebied ligt, geldt het maximaal toegestane aantal bouwlagen zoals vastgelegd in het bestemmingsplan. Indien in uitzonderlijke gevallen hogere gebouwen zijn toegestaan, zijn de daadwerkelijk aanwezige gebouwen bepalend. In gebieden zonder bestemmingsplan wordt het toegestane aantal bouwlagen bepaald door de omliggende gebouwen. Indien hogere gebouwen zijn toegestaan of reeds aanwezig zijn in deze gebieden, zijn ook de daadwerkelijk aanwezige gebouwen bepalend.
( Voorbeeld (Als in een gebied met tien huizen, negen huizen twee volledige verdiepingen hebben en één huis één volledige verdieping, worden alle huizen getaxeerd alsof ze twee volledige verdiepingen hebben. Als in hetzelfde gebied één huis drie volledige verdiepingen heeft, wordt dit pand getaxeerd op basis van het werkelijke aantal volledige verdiepingen. Alle andere panden worden getaxeerd op basis van twee volledige verdiepingen.)
toeslag
Voor onroerend goed in kern-, commercieel en industrieel gebied, evenals voor andere onroerende goederen die uitsluitend voor commerciële, industriële of soortgelijke doeleinden worden gebruikt, wordt de belastbare oppervlakte met 20% verhoogd. Voor onroerend goed dat slechts gedeeltelijk voor commerciële, industriële of soortgelijke doeleinden wordt gebruikt, bedraagt deze zogenaamde "typetoeslag" 10%.
Dit is bedoeld om ervoor te zorgen dat panden waarvan het commerciële gebruik meer voetgangers- en/of voertuigenverkeer in het verkeersgebied genereert, meer aandacht krijgen dan panden die uitsluitend voor woondoeleinden worden gebruikt. Panden die als commercieel of op een vergelijkbare manier worden beschouwd, zijn bijvoorbeeld panden waarin bedrijfsruimten, kantoren, behandelkamers, onderwijsinstellingen, advocatenkantoren of soortgelijke ruimtes zijn gevestigd.Rekenvoorbeelden:
Woonpand met drie volledige verdiepingen (onbebouwde binnenruimte)
Totale oppervlakte van het pand 750,00 m²
Minder diepteaftrek 50,00 m²
Relevant gebied 700,00 m²
Plus 140,00 m² (60% voor 3 relevante volledige verdiepingen) 840,00 m²
Dus gewogen gebied onderworpen aan bijdragen 840,00 m²
Commercieel vastgoed en één volledige verdieping (ontwikkelingsplan)
Totale oppervlakte van het pand 500,00 m²
Minder diepteaftrek 0,00 m²
Relevant gebied 500,00 m²
Plus 100 m² (20% voor 1 relevante volledige verdieping) 600,00 m²
Plus 120 m² voor verhoogd gebruik (20%) 720,00 m²
Dus gewogen gebied onderworpen aan bijdragen 720,00 m²
Meer informatie vindt u in de mededeling over de ontwikkelingsbijdrage.
Wie moet de schade betalen?
De gemeente draagt bij aan de totale kosten die in aanmerking komen voor ontwikkelingskosten via een zogenaamd gemeentelijk aandeel. Dit aandeel is vastgelegd in de respectievelijke verordeningen. Het moet overeenkomen met het verkeersvolume dat niet kan worden toegerekend aan de eigenaren van onroerend goed die aansprakelijk zijn voor de kosten en bedraagt ten minste 20%. De overige in aanmerking komende kosten worden verdeeld over de eigenaren of houders van zakelijke gebruiksrechten van de onroerende goederen die onderworpen zijn aan de kosten. Zij zullen in de toekomst ook de aanslagbiljetten ontvangen. De specifieke eigenaar van het onroerend goed die aansprakelijk is voor de kosten, wordt bepaald door de respectievelijke verordeningen inzake ontwikkelingskosten. Een geregistreerd recht van erfpacht of vruchtgebruik wordt beschouwd als een zakelijk gebruiksrecht. In het geval van appartementsrechten en mede-eigendom zijn de individuele eigenaren van appartementsrechten en mede-eigenaren aansprakelijk voor de kosten op basis van hun eigendomsaandeel zoals geregistreerd in het kadaster. Indien er meerdere eigenaren van onroerend goed aansprakelijk zijn voor de kosten die geen eigenaar of mede-eigenaar van een appartementsrecht zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk als mede-eigenaar.
De identiteit van de persoon die in het individuele geval de bijdrage verschuldigd is, kunt u terugvinden in de mededeling over de ontwikkelingsbijdrage.
Melding van wijzigingen via digitaal feedbackformulier
Mochten er wijzigingen zijn (bijv. eigenaar, adres, aantal verdiepingen, gebruikstype, etc.), laat het ons dan weten. U kunt dit ook digitaal doen via ons digitale feedbackformulier.
Wettelijke basis voor de bijdragewet
- Gemeentelijke bijdrageregeling van de betreffende gemeente (deze zijn HIER (vinden)
- Artikel 24 Gemeentewet (GemO)
- Artikel 10a Wet gemeentelijke lasten (KAG)
